Polly ziet een vrouw. De vrouw is jong. Polly ziet een kaart. De kaart is oud. De kaart is speciaal. Polly houdt van de kaart. De vrouw is blij. Haar naam is Isabella. Isabella is historica. Zij houdt van verhalen. Zij is in Venetië. Isabella zoekt een papier. Het papier is belangrijk. Polly zit op Isabella. Polly praat met Isabella. Isabella praat met Polly. Zij lopen in Venetië. Polly is een papegaai. Polly is kleurrijk. Mensen zien Polly. Mensen lachen naar Polly. Polly en Isabella zien een kerk. De kerk is oud. Polly ziet een steen. De steen heeft symbolen. De symbolen staan op de kaart. Isabella is enthousiast. Polly is blij. Zij vinden een geheim. Zij vinden geschiedenis. Polly en Isabella verkennen Venetië. Zij vinden meer geheimen.