Chiara sloot het lab voor de lange Italiaanse lunch. "Kom met me mee," zei ze.
Polly zat op haar schouder. Ze liepen het park in.
Napels was druk tijdens de lunch. Mensen gingen naar espressobars. De straten roken naar knoflook en tomaat.
Chiara nam haar mee naar een kleine pizzeria. Binnen stond een grote houtgestookte oven. Het vuur was erg heet.
Napolitaanse pizza is bijzonder. De stad heeft al tweehonderd jaar regels voor deze pizza. Het deeg bestaat uit bloem, water, zout en gist. De tomaten komen van de hellingen van de Vesuvius. De basilicum is vers. De oven bakt de pizza in negentig seconden.
Read it. Then say it.
Shadow this paragraph in the PollyStop app — record yourself, see how close your pronunciation gets to a native speaker's, sentence by sentence. Free.
De pizzabakker legde een pizza in de oven. Negentig seconden later haalde hij hem eruit. De korst had donkere vlekken. De kaas was gesmolten.
Chiara gaf Polly een klein stukje korst. Het was zout, geroosterd en heel luchtig. Polly begreep waarom Napels deze pizza al twee eeuwen beschermde.
"Octopussen zijn slim omdat ze maar een paar jaar leven," zei Chiara. "Ze moeten snel leren. Wij kunnen langzaam leren. Pasta zal alles leren wat ze weet in nog twee jaar."
Ze liepen langzaam terug. De middag was warm.