De trein vertrok om zes uur 's ochtends uit Madrid. De helft van de stoelen was leeg. Elena koos een raamplek en keek hoe de stad plaatsmaakte voor droge, open velden.
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
Een vrouw ging tegenover haar zitten. Ze was ouder — misschien zestig, misschien meer — en ze had een kleine tas met een boterham verpakt in aluminiumfolie. Al snel ging haar telefoon. Ze nam zachtjes op, maar de trein was ook heel stil.
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
„Nee, ik heb het haar nog niet verteld", fluisterde de vrouw. „Ik zal het doen, maar niet vandaag. Vandaag wil ik haar alleen maar zien." Een pauze. „Ze weet niet dat ik ziek ben. Vertel het haar alsjeblieft ook niet."
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
Elena keek uit het raam en deed alsof ze niets hoorde. Maar ze kon niet stoppen met luisteren. De vrouw sprak nog een paar minuten, hing op en at haar boterham langzaam op.
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
Read it. Then say it.
Shadow this paragraph in the PollyStop app — record yourself, see how close your pronunciation gets to a native speaker's, sentence by sentence. Free.
Toen de trein in Granada aankwam, stond de vrouw op en keek naar Elena. „Ik ga mijn kleindochter opzoeken", zei ze, alsof ze iets uitlegde wat Elena al had gevraagd. „Ik heb haar een jaar niet gezien. Goede reis."
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
Elena keek hoe ze over het perron liep en in de menigte verdween.