Lucas bestelde een koffie en ging in de lege hoek van het café zitten. Hij haalde zijn boek tevoorschijn en probeerde te lezen. Maar de man aan de tafel ernaast keek naar hem.
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
„Dat is een heel oude editie", zei de man. Lucas keek op. De man droeg een dikke jas, hoewel het café goed verwarmd was. „Ik verkocht boeken zoals dat. Om de hoek. De winkel bestaat niet meer."
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
„Bestaat niet meer?", vroeg Lucas. Hij voelde zich ongemakkelijk, maar wist niet hoe hij uit het gesprek moest komen. „Wat voor winkel?"
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
Read it. Then say it.
Shadow this paragraph in the PollyStop app — record yourself, see how close your pronunciation gets to a native speaker's, sentence by sentence. Free.
De man lachte zachtjes. „Oude boeken. Veertig jaar. Toen werd het pand verkocht aan een bank. De bank ging drie jaar geleden ook dicht. Nu is het een kledingwinkel." Hij keek uit het raam. „Elke keer dat ik er langsloop, vergeet ik het een seconde lang. Ik loop bijna naar binnen."
🔊 Listen to this paragraph Hide audio
Lucas sloot zijn boek en luisterde. De man vroeg om niets. Hij wilde alleen iemand vertellen over een plek die er ooit was geweest.